Lesson 1 of 1
In Progress

9. Veelvoorkomende vragen

admin 21 September 2019

Hieronder vind je een hele lijst met problemen waar onze leerlingen vaak tegenaan lopen. Sommige uitdagingen staan in andere cursussen uitgelegd.

Als je iets wilt doen in je wereld, maar het lukt je niet, is dit een goede lijst om te beginnen.

  1. Omgeving kiezen. Klik op Environment (linksonder) > Edit.
  2. Sfeer kiezen. Klik op Environment (linksonder) > kies 1 van de 4 Moods.
  3. Objecten toevoegen. Klik op Library (linksonder) > Kies categorie of klik op Search > Sleep object in je Space.
  4. Meerdere objecten selecteren. Houd shift ingedrukt en klik de objecten aan die je wilt selecteren of houd shift ingedrukt en trek met de muis een vierkant over de objecten.
  5. Object kopiëren en plakken. Selecteer het object of de objecten die je wilt kopiëren. Klik met rechts op 1 van deze objecten. Klik op Duplicate.
  6. Objecten vergroten, draaien en verplaatsen.
  7. Object verwijderen. Dubbelklik op je object en klik op Delete. 
  8. Objecten uitrekken. Je kan sommige objecten uitrekken bijvoorbeeld de balk, een Cuboid in het Engels. Dit object vind je onder Library/Building. Als je op het object klikt en geen andere tool selecteert ontstaan er 6 dikke pijlen. Die pijlen kun je slepen om het object uit te rekken. 
  9. Objecten zoeken. Soms raak je objecten kwijt in je wereld. Je kunt de objecten zoeken door linksboven op het lijst icoontje te klikken. Hier vind je alle objecten in je wereld. De objecten staan op volgorde van toevoegen. 
  10. Pad of vloer maken. Kies het object Cuboid. Als je dit object selecteert zie je pijlen. Trek de blauwe pijl naar beneden om het object plat te maken. Trek aan de andere pijlen om het object in de juiste vorm te maken.
  11. Kleuren en texturen van objecten aanpassen. Dubbelklik op een object om een menu weer te geven. Klik op material en kies een kleur of textuur.  
  12. Objecten laten praten. Als je dubbelklikt op een object en op speech klikt kun je ze wat laten zeggen of denken. 
  13. Animaties toevoegen. Dubbelklik op een object. Klik op animation. Kies een beweging. Het object verplaatst hiermee niet van plek. 
  14. Objecten vastmaken aan andere objecten. Dubbelklik op het object. Klik op Attach. Nu verschijnen op alle objecten blauwe bolletjes. Dit zijn plekken waar je het object kan vastmaken. Zo kun je bijvoorbeeld een kind op een fiets zetten, of een poster aan een muur maken. Klik op een blauw bolletje om je object daar vast te maken. Let op: heb je bijvoorbeeld een jongetje aan een fiets vastgemaakt, zeg dan in de code dat de fiets moet bewegen. Het jongetje beweegt automatisch mee, andersom werkt het niet. 
  15. Objecten vastzetten zodat het niet verplaatst. Dubbelklik op het object. Klik op Lock.
  16. Foto’s toevoegen. Klik linksonder op Upload en dan op Image. Hierna klikken we op Web Search. Nu kunnen we intypen waar we naar op zoek zijn. Als we op de enter-toets klikken krijg je een lijst met foto’s van het internet te zien. Kies een leuke uit en sleep deze je wereld in.
  17. Externe 3D-modellen toevoegen. Klik op Upload en dan op 3D Models. Hierna klikken we op Web Search. Nu kunnen we intypen waar we naar op zoek zijn. Als we op de enter-toets klikken krijg je een lijst met 3D-modellen van het internet te zien. Kies een leuke uit en sleep deze je wereld in.
    Dit is soms wat onduidelijk! 
  18. Geluid toevoegen. Klik op Upload. Klik op Sound. Klik op Record om je eigen geluid op te nemen.(Misschien komt er nu een venstertje waarin staat dat je je toestemming moet geven. Klik op toestaan.) Klik op Stop recording om te stoppen met opnemen. Geef je opname een naam en klik op Save sound file. Zoek nu bij de codeblokken bij Actions op Play sound. Kies jouw geluid.
  19. Scene kopiëren en plakken. Klik linksboven op . Nu zie je al je scenes. Kik op naast de scene die je wilt kopiëren. Klik op Duplicate. 
  20. Volgorde van je scenes veranderen. Klik linksoven op . Door scenes naar boven of naar beneden te slepen kun je de volgorde van je scènes veranderen.
  21. Je wereld bekijken. Als je rechtsboven op Play klikt kun je je wereld bekijken.
  22. Rondlopen in je wereld als je hem bouwt. Scroll met je muis om in- en uit te zoomen. Houd je linkermuisknop ingedrukt en versleep je muis om te draaien. Om te draaien kun je ook de pijltjestoetsen gebruiken.
  23. Rondlopen in je wereld als je hem bekijkt. Gebruik de pijltjestoetsen of WASD om rond te lopen in je wereld. Houd je linkermuisknop ingedrukt en versleep je muis om te draaien. Als je een vliegende camera hebt, kun je de hoogte van de camera aanpassen met de toetsen Q en E.
  24. Camera laten zweven. Standaard loopt je camera, dus dan kan hij alleen vlak bij de grond staan. Wil je dat de camera in de lucht blijft hangen? Dubbelklik op de camera. Klik op Camera. Als je hier Run verandert in Fly, blijft je camera in de lucht.
  25. Snelheid van de camera veranderen. Dubbelklik op de camera. Klik op Camera. Schuif aan het balkje onder Movement speed (m/s).
  26. Beginnen met programmeren. Rechts bovenin naast de Play-knop zie je een Code- knop. Klik hier op CoBlocks. Nu krijg je een leeg veld met alleen een geel blok waar When Play clicked op staat. Alle codeblokken komen hieronder te staan. Links zien we icoontjes. Als je op een van deze klikt krijg je alle codeblokken te zien.
  27. Programmeren met een object. We moeten eerst een object zichtbaar maken in de code. Dat is een belangrijke stap die je makkelijk vergeet. Dit doen we door dubbel te klikken op een object. In het menu kiezen we dan Code en daarna op Use in CoBlocks zodat de schakelaar blauw wordt.
  28. Codeblokken verplaatsen. Sleep je codeblokken omlaag of omhoog om de volgorde te veranderen.
  29. Codeblokken verwijderen. Sleep je codeblokken naar links om ze weg te gooien of klik op delete.
  30. Iets van kleur laten veranderen. Gebruik het blok Set color of, hiermee kun je de kleur van een object aanpassen.
  31. Iets doorzichtig of onzichtbaar maken. Gebruik het blok Set opacity of, hiermee kun je objecten doorzichtig maken.
  32. Een object iets laten zeggen. Gebruik het blok Say of Say for .. seconds, hiermee kun je een object iets laten zeggen.
  33. Een object iets laten denken. Gebruik het blok Think, deze lijkt op Say alleen krijg je een denkwolkje in plaats van een praatwolkje.
  34. Een info panel tonen. Gebruik het blok Show info panel above, hiermee kun je een bericht in het scherm van je speler laten zien. Dit bericht heeft een titel en tekst nodig en je kunt hier ook een plaatje in toevoegen.
  35. Iets laten bewegen. Gebruik het blok Move, hiermee kan je iemand in een rechte lijn naar voor/achter/links/rechts laten lopen
  36. Iets laten draaien. Gebruik het blok Turn, hiermee laten we ons object draaien
  37. Iets laten gebeuren als je op een object klikt. Gebruik het blok When…clicked, dit is een speciaal codeblok waar andere codeblokken in passen. De codeblokken die in dit codeblok staan worden pas afgespeeld wanneer het object wordt aangeklikt.
  38. Een stukje code herhaald afspelen. Gebruik het blok Repeat…times, dit is een speciaal codeblok waar andere codeblokken in passen. De codeblokken die in dit codeblock worden net zo vaak uitgevoerd als het getal dat je invult. Let op: de computer speelt pas het volgende blokje af als de handeling zo vaak is afgespeeld als jij hebt ingevuld.
  39. Extra levels maken. Klik op het tabblad met het landschap in de linkerbovenhoek.  Klik op de oranje knop ‘add scene’ onderaan. Hier maak je een extra level aan. Geef het level een naam, zodat je de levels goed kunt onderscheiden.
  40. Extra levels in je code gebruiken. Gebruik hiervoor het oranje blok ‘go to scene’ dat te vinden is bij control. Sleep het bijvoorbeeld in een ‘when … is clicked’, nu ga je naar het volgende level als je op het gekozen object klikt.